Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiseres 1],
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Uw ex-echtgenote is mevrouw [naam 3], geboren op [geboortedatum 5]. Zij is vanaf 3 september 2015 in het bezit van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd en zij heeft op 24 juni 2016 een mvv-aanvraag ingediend voor u en uw beide kinderen [naam 4] en [naam 5]. U en uw beide kinderen zijn daarna in het kader van nareis naar Nederland gekomen. U en uw kinderen hebben zich op 23 januari 2018 gemeld bij de IND in Ter Apel. U en uw 2 kinderen zijn bij beslissing van 27 januari 2018 in het bezit gesteld van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd met een geldigheidsduur van 1 december 2017 tot 1 december 2022. U heeft toen u in Nederland was aangekomen uw ex-echtgenote verteld dat u 2 buitenechtelijke kinderen heeft die zijn geboren in Soedan. Deze informatie had u niet eerder verteld aan uw voormalige partner noch aan de IND en is aanleiding voor het voornemen tot intrekking van uw verblijfsvergunning alsmede het opleggen van een inreisverbod. Dit voornemen is op 28 januari 2019 aan u toegezonden.
exclusieverelatie. Het beroep kan daarom niet slagen, waardoor de overige beroepsgronden geen bespreking meer behoeven omdat deze niet tot een ander oordeel kunnen leiden.
Beslissing
mr. M. Schaap-Huijsmans, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 12 januari 2022.