7.2Het oordeel van de rechtbank
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een gewapende woningoverval. Hij is met de medeverdachte midden in de nacht in het huis en de slaapkamer van de bewoners binnengedrongen, waarbij zij de bewoners in hun bed daar hebben vastgebonden en ernstig bedreigd, onder meer met een mes, om geld en goederen te wijzen en af te staan. Deze situatie hebben slachtoffers ongeveer een uur moeten doorstaan. Tevens hebben verdachte en de medeverdachte niet geschuwd ook een kind vast te binden. Dergelijke feiten brengen de slachtoffers niet alleen materiële schade toe, maar maken ook een enorme inbreuk op hun lichamelijke integriteit en persoonlijke levenssfeer. De verdachte heeft de slachtoffers grote angst aangejaagd, juist in hun eigen huis waar men zich echt veilig moet kunnen voelen. Dat de verdachten dit gedurende een uur onophoudelijk zo zijn blijven doen, getuigt van een gewetenloze instelling. Aannemelijk is dat de slachtoffers nog geruime tijd negatieve psychische gevolgen van dit feit zullen ondervinden. Dit blijkt ook uit de inhoud van de slachtofferverklaring die op de zitting is voorgelezen. Aannemelijk is dat niet alleen de slachtoffers maar ook anderen die met deze feiten worden geconfronteerd, zich daardoor onveilig voelen. Een dergelijke woningoverval is een feit dat ook de rechtsorde ernstig schokt. De verdachten hebben zich van dit alles niets aangetrokken en hebben zich puur op eigen profijt gericht. Zij waren louter uit op geldelijk gewin, beide verdachten hadden geldgebrek en wilden op deze manier op een makkelijke manier aan geld komen.
De verdachte heeft zich verder schuldig gemaakt aan openlijk geweld en twee keer aan mishandeling. Met deze feiten heeft de verdachte telkens inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van anderen en gevoelens van onveiligheid bij de slachtoffers veroorzaakt.
Uit een uittreksel uit de justitiële documentatie blijkt dat de verdachte eerder is veroordeeld voor strafbare feiten. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft de verdachte bij arrest van 13 oktober 2021 veroordeeld tot onder meer een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel, voor straatroof en winkeldiefstal. Het arrest is onherroepelijk geworden op 11 november 2021.
De rechtbank houdt bij de straftoemeting rekening met het feit dat de verdachte na het plegen van de feiten onherroepelijk is veroordeeld voor een strafbaar feit.
De rechtbank heeft de rapporten en adviezen gelezen die zijn opgesteld door
- gz-psycholoog drs. B.W. Roelofs-van Bon op 10 september 2021;
- kinder- en jeugdpsychiater drs. K.H. Stolk op 3 oktober 2021.
De psychiater en psycholoog hebben geadviseerd een PIJ-maatregel op te leggen.
De psychiater rapporteerde onder meer dat bij verdachte sprake is van ernstige psychopathologie (normoverschrijdend-gedragsstoornis, bedreigde persoonlijkheidsontwikkeling met antisociale kenmerken en zwakbegaafdheid).
Hij disfunctioneert ernstig en is door zijn psychopathologie vastgelopen op meerdere terreinen. Eerder (en -indien bewezen geacht- huidig) delictgedrag vloeit voort uit zijn psychopathologie. De psychische stoornis en verstandelijke handicap beïnvloedden de gedragskeuzes en gedragingen van verdachte ten tijde van het tenlastegelegde.
Gezien de uit verdachtes problematiek voortvloeiende beperkte copingvaardigheden, het verlies van overzicht in complexe situaties en de beperkte handelingsvaardigheden, adviseert de psychiater beide tenlasteleggingen - indien bewezen geacht - in verminderde mate aan verdachte toe te rekenen. Het recidiverisico wordt als hoog ingeschat, en er is een gevaar op crimineel ontsporen.
Er is geen steunnetwerk aanwezig, en verdachte heeft geen school of werk dat behouden dient te worden. Ambulante behandeling is reeds ingezet zonder effect.
Verdachte toonde zich niet gemotiveerd en is dat ook nu niet. Er is een noodzaak voor residentiële behandeling in een gedwongen kader.
Er zijn geen argumenten gelegen in de persoonlijkheid en/of ontwikkeling van onderzochte die aanleiding geven het meerderjarigenstrafrecht toe te passen.
Verdachte behoeft hulp bij het verbeteren van zijn emotieregulatie, zijn mentaliserend vermogen en zijn copingvaardigheden. Momenteel is er enkel sprake van ongezonde afweermechanismen (agressie, ontkenning en wegmaken). Ook is het noodzakelijk meer inzicht te krijgen in verdachtes eigen binnenwereld en de gevolgen van zijn handelen, zowel voor hemzelf als voor anderen. Het lukt verdachte niet zonder hulp van anderen of instanties zijn leven georganiseerd te krijgen. Er is een voorgeschiedenis van intensieve hulpverlening. Als het tenlastegelegde bewezen wordt geacht, is verdachte gerecidiveerd ondanks de inzet van intensieve ambulante hulpverlening en in de proeftijd van een voorwaardelijke PIJ-maatregel. De randvoorwaarden voor ambulante behandeling ontbreken.
Geconcludeerd wordt dat intensieve en langdurige klinische behandeling noodzakelijk is om verdachtes algehele ontwikkeling ten positieve te beïnvloeden en het recidiverisico te verlagen. Derhalve wordt een PIJ-maatregel geadviseerd.
De psycholoog rapporteerde onder meer het volgende.
Al met al kan gesproken worden van een normoverschrijdende gedragsstoornis (zwakke frustratietolerantie, inzet van verbale agressie om zijn doel te bereiken, zwakke gewetensfunctie, egocentrisme). Gezien de lange duur hiervan moet gevreesd worden voor de ontwikkeling van een persoonlijkheidsstoornis van het antisociale type. Ook is sprake van zwakke verstandelijke capaciteiten, niveau zwakbegaafd/licht verstandelijk beperkt. Hij is daardoor in het dagelijks leven in sociaal opzicht slecht toegerust. Door zijn niet begrijpen van situaties zal hij wantrouwig reageren. Toegevoegd moet worden dat hij door een mate van streetwise-heid slimmer kan lijken dan hij is.
Vanuit gedragskundig oogpunt meent onderzoekster dat deze zaak hem in een verminderde mate dient te worden toegerekend indien bewezen. De verstandelijke beperking brengt niet met zich mee dat verdachte daardoor niet weet dat het tenlastegelegde verboden is. Onderzoekster kan geen protectieve factoren vinden. Al met al meent onderzoekster dat gesproken kan worden van een hoog recidiverisico.
In het verleden is duidelijk geworden dat een ambulante behandeling niet effectief is.
Onderzoekster adviseert tot het juridisch kader van een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel.
De deskundige van WSJ heeft op de zitting toegelicht dat de verdachte in een ITA afdeling is geplaatst en dat binnenkort gekeken zal worden naar een opleidingstraject dat bij hem past. De verdachte wil graag een diploma halen.
Toerekeningsvatbaar
De rechtbank neemt de conclusies van de deskundigen over ten aanzien van de toerekeningsvatbaarheid en acht de verdachte daarom verminderd toerekeningsvatbaar.
Toepassing van het jeugdstrafrecht op feiten 05-299832-21
De rechtbank kan - ten aanzien van een verdachte die ten tijde van het begaan van een strafbaar feit de leeftijd van 18 jaren maar nog niet die van 23 jaren heeft bereikt - het jeugdstrafrecht toepassen.
De meest recente feiten, de twee mishandelingen in de [instelling 2] . in Nijmegen, pleegde de verdachte toen hij de leeftijd van 18 jaren had bereikt en de overige bewezenverklaarde feiten pleegde hij eerder. Aangezien de deskundigen geen grond zien om het volwassenenstrafrecht toe te passen en de zaken gevoegd behandeld zijn, zal de rechtbank het jeugdstrafrecht op alle feiten toepassen.
Strafmodaliteit en strafmaat
De rechtbank heeft gekeken naar straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd en de oriëntatiepunten voor straftoemeting en LOVS-afspraken.
De rechtbank onderschrijft de adviezen van de gedragsdeskundigen, en zal uitgaan van verminderde toerekeningsvatbaarheid van de verdachte.
De rechtbank vindt gezien de grote ernst van de feiten, met name de woningoverval, dat een jeugddetentie passend en geboden is, met aftrek van het uitgezeten voorarrest. De rechtbank volgt de officier van justitie in de eis en zal een jeugddetentie van 9 maanden opleggen met aftrek.
Naast jeugddetentie zal de rechtbank ook de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen opleggen. De rechtbank stelt vast dat de gepleegde feiten misdrijven betreffen waarvoor deze maatregel kan worden opgelegd. Op grond van hetgeen de psycholoog en de psychiater in hun rapporten vermelden is de rechtbank tot het oordeel gekomen dat bij de verdachte ten tijde van het begaan van de misdrijven een ziekelijke stoornis van de geestvermogens bestond en daarnaast de veiligheid van anderen het opleggen van de PIJ-maatregel eisen. Bovendien is deze maatregel gezien de hierboven geschetste bevindingen van de gedragsdeskundigen in het belang van een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van de verdachte.
Het feit dat aan de verdachte eerder een PIJ-maatregel werd opgelegd die nog niet is geëindigd, staat aan deze beslissing niet in de weg. De rechtbank acht het aangewezen dat de behandeling die verdachte zal worden geboden bij de PIJ-maatregel ook de feiten uit dit vonnis omvat.
De rechtbank overweegt dat de PIJ-maatregel wordt opgelegd voor misdrijven die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.
Dit betekent dat verlenging van deze maatregel mogelijk is voor zover de maatregel daardoor de duur van zeven jaar niet te boven gaat.