ECLI:NL:RBDHA:2022:4869
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen recht op Ziektewet-uitkering na beoordeling beperkingen en arbeidsmogelijkheden
Eiser, werkzaam als uitzendkracht in de functie van grondwerker, meldde zich ziek per 21 december 2018 wegens pijnklachten in de linkerschouder. Na toekenning van een Ziektewet-uitkering per 24 december 2018, heeft een eerstejaars ZW-beoordeling op 11 december 2019 beperkingen vastgesteld, maar geen urenbeperking. De arbeidsdeskundige concludeerde dat eiser meer dan 65% van het maatmaninkomen kan verdienen, waarop de ZW-uitkering is beëindigd per 31 januari 2020.
Eiser stelde zich meer beperkt door ook rugklachten, visusproblemen en hoge bloeddruk, en betwistte de geschiktheid voor de geduide functies. De verzekeringsarts bezwaar en beroep en arbeidsdeskundige bezwaar en beroep bevestigden echter de eerdere conclusies, waarbij zij geen aanleiding zagen om de beperkingen te wijzigen of de geschiktheid te betwijfelen.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende medische onderbouwing leverde voor zwaardere beperkingen en dat het primaire besluit zorgvuldig tot stand is gekomen. De rechtbank verwierp het bezwaar dat geen arbeidsdeskundig onderzoek in de bezwaarfase had plaatsgevonden, omdat dit niet noodzakelijk was zonder arbeidsdeskundige gronden in het bezwaarschrift.
Gelet op de medische rapportages en arbeidsdeskundige conclusies, concludeerde de rechtbank dat eiser geen recht meer heeft op een ZW-uitkering per 31 januari 2020. Het beroep werd ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van de ZW-uitkering per 31 januari 2020 wordt bevestigd.