ECLI:NL:RBDHA:2022:4920
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen voortduren maatregel van bewaring vreemdeling zonder zicht op uitzetting
Eiser, een Marokkaanse vreemdeling, is op 22 maart 2022 onderworpen aan een maatregel van bewaring op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank heeft het onderzoek zonder zitting gesloten op 13 mei 2022.
Eiser voerde aan dat het voortduren van de bewaring in strijd is met artikel 8 EVRM Pro omdat hij zich niet wil laten vaccineren tegen COVID-19, wat volgens hem een voorwaarde is voor terugkeer naar Marokko. De rechtbank oordeelt dat eiser niet wordt gedwongen tot vaccinatie en dat artikel 8 EVRM Pro daarom niet van toepassing is. Bovendien heeft eiser in een vertrekgesprek verklaard niet aan de inreisvoorwaarden te willen voldoen.
Subsidiair stelde eiser dat er geen concreet zicht is op uitzetting binnen een redelijke termijn vanwege zijn weigering tot vaccinatie. De rechtbank volgt dit niet, omdat het niet meewerken van eiser aan zijn vertrek niet betekent dat er geen zicht op uitzetting is. Er zijn geen andere belemmeringen bekend voor zijn uitzetting naar Marokko.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.