ECLI:NL:RBDHA:2022:493
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening in zaak afwijzing verblijfsdocument EU/EER niet-ontvankelijk verklaard
Verzoeker, een persoon uit Egypte, heeft een aanvraag tot afgifte van een verblijfsdocument EU/EER ingediend die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen bij besluit van 13 augustus 2020. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit bezwaar werd bij besluit van 27 november 2020 ongegrond verklaard. Vervolgens stelde verzoeker beroep in bij de rechtbank Den Haag en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat op grond van artikel 8:81 Awb Pro een voorlopige voorziening kan worden getroffen indien onverwijlde spoed dat vereist en er een lopende bezwaar- of beroepsprocedure is. Echter, de rechtbank heeft het beroep van verzoeker ongegrond verklaard, waardoor er geen lopende bezwaar- of beroepsprocedure meer is.
Daarom verklaarde de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan op 10 januari 2022 door voorzieningenrechter J.J.P. Bosman.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard omdat het hoofdberoep reeds is afgewezen.