ECLI:NL:RBDHA:2022:5000
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om urgentieverklaring wegens algemene weigeringsgronden woningtoewijzing
Verzoeker, recent gescheiden en zonder eigen woning, vroeg een urgentieverklaring aan om een woning te verkrijgen zodat hij zijn kinderen kan ontvangen. Het college van burgemeester en wethouders van Zoetermeer wees de aanvraag af op grond van meerdere algemene weigeringsgronden in de Huisvestingsverordening, waaronder het feit dat verzoeker inwoont bij een ander huishouden, gescheiden is, dakloos dreigt te worden en een te hoog inkomen heeft.
Verzoeker betwistte dat hij passende woningen heeft geweigerd en stelde dat hij dringend woonruimte nodig heeft vanwege zijn situatie, waaronder zijn gezondheid en de zorg voor zijn kinderen. De voorzieningenrechter erkent de moeilijke situatie van verzoeker, maar oordeelt dat het college terecht niet inhoudelijk op de urgentiecriteria is ingegaan vanwege de algemene weigeringsgronden.
De voorzieningenrechter overweegt dat de hardheidsclausule niet van toepassing is omdat de situatie van verzoeker niet zodanig afwijkt van andere woningzoekenden gezien de krapte op de woningmarkt. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen en het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de urgentieverklaring wordt afgewezen.