ECLI:NL:RBDHA:2022:5035
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Eritrese man wegens onvoldoende aannemelijkheid gevreesde vervolging
Eiser, een Eritrese man geboren in 1969, heeft een asielaanvraag ingediend nadat hij eerder een verblijfsvergunning asiel in het kader van nareis had gekregen. Hij stelde dat hij bij terugkeer naar Eritrea gevangen zou worden genomen vanwege het ontduiken van de dienstplicht en dat hij bovendien in een situatie zou terechtkomen die strijdig is met artikel 4 van Pro het Handvest, omdat hij niet in zijn levensonderhoud zou kunnen voorzien.
De staatssecretaris heeft de aanvraag afgewezen omdat de gevreesde detentie niet aannemelijk werd geacht. Dit omdat eiser meerdere keren legaal Eritrea in- en uitreisde zonder problemen en onvoldoende bewijs leverde voor het verlopen van zijn paspoort of problemen met de autoriteiten. Ook was de oproep om zich te melden in 2013 niet overtuigend onderbouwd.
De rechtbank oordeelde dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij in de negatieve aandacht van de Eritrese autoriteiten staat of dat hij bij terugkeer een reëel risico op ernstige schade loopt. De stelling dat hij in een met artikel 4 van Pro het Handvest strijdige situatie terechtkomt, is onvoldoende toegelicht. Het beroep is daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.