ECLI:NL:RBDHA:2022:508
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling AOW-verzekeringsjaren en beroep tegen korting pensioen
Eiser, geboren in Ghana en sinds 1982 in Nederland verzekerd voor de AOW, kreeg een AOW-pensioen toegekend van 72% van het maximale pensioen. Verweerder, de Sociale Verzekeringsbank, stelde dat eiser niet verzekerd was voor de AOW in de periodes van 16 december 1969 tot 22 juli 1982 en van 10 maart 1983 tot 31 december 1984, waardoor een korting van 28% werd toegepast.
Eiser betwistte deze periode en stelde dat hij in die tijd in Nederland woonde en werkte, wat tot een hoger pensioen zou leiden. Daarnaast voerde hij aan dat het besluit in strijd was met het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende bewijs had geleverd voor zijn stellingen en dat de enkele bewering onvoldoende was om de verzekeringsstatus te wijzigen.
Verder was het beroep tijdig ingediend omdat verweerder niet kon aantonen dat het bestreden besluit tijdig was verzonden. De rechtbank concludeerde dat de korting terecht was toegepast en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de korting op het AOW-pensioen is ongegrond verklaard en de korting van 28% bevestigd.