ECLI:NL:RBDHA:2022:5086
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen gedeeltelijke toewijzing vergoeding buitengewone kosten contra-expertise afgewezen
Eiser, een Myanmarese asielzoeker, verzocht het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) om vergoeding van kosten voor een contra-expertise van een documentonderzoek. Het COA kende een gedeeltelijke vergoeding van €600 toe, gebaseerd op een normtijd van twee uur onderzoek tegen een uurtarief van €200. Eiser stelde dat deze normtijd te laag was en dat NFO, het onderzoeksbureau, geen gedetailleerde tijdsinschatting kon geven omdat het document nog niet in bezit was.
De rechtbank oordeelde dat het COA beoordelingsruimte heeft bij het bepalen van noodzakelijke kosten en dat het verzoek om een gedetailleerde begroting redelijk was. De rechtbank vond de normtijd van twee uur per document, zoals gehanteerd door het COA, passend en redelijk. De aanvullende werkzaamheden, zoals dactyloscopisch onderzoek, waren onvoldoende onderbouwd om de normtijd te verhogen.
De rechtbank concludeerde dat het bestreden besluit zorgvuldig was genomen, met een deugdelijke belangenafweging en voldoende motivering. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het gedeeltelijk toegewezen verzoek om vergoeding van kosten voor contra-expertise is ongegrond verklaard.