Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[Naam], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
driehonderdnegenenzeventig euro en vijftig cent).
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft op 1 februari 2022 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag. Verweerder heeft op 17 maart 2022 alsnog een besluit genomen en de asielaanvraag ingewilligd. Hierdoor heeft eiser het beoogde resultaat bereikt en is het beroep tegen het niet tijdig beslissen kennelijk niet-ontvankelijk.
Eiser had tevens verzocht om een bestuurlijke dwangsom toe te kennen wegens de overschrijding van de beslistermijn. De rechtbank overweegt dat op grond van de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND de artikelen over bestuurlijke dwangsommen niet van toepassing zijn op asielaanvragen ingediend na de inwerkingtreding van deze wet. Omdat eiser zijn aanvraag op 7 juli 2021 heeft ingediend, is deze wet van toepassing en is geen dwangsom verschuldigd.
Hoewel verweerder niet binnen de wettelijke termijn heeft beslist, wordt verweerder veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiser, vastgesteld op €379,50. De rechtbank doet uitspraak zonder zitting en verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen wordt niet-ontvankelijk verklaard en verweerder wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.