ECLI:NL:RBDHA:2022:5276
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na gewijzigde beslissing op bezwaar in WIA-uitkeringszaak
Verzoeker ontving een WIA-uitkering die per 24 september 2019 werd beëindigd door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV). Na bezwaar verklaarde UWV het bezwaar ongegrond, waarna verzoeker beroep instelde bij de rechtbank. Tijdens de procedure vond een onderzoek plaats waarbij medische en arbeidsdeskundige rapporten werden ingewonnen.
Naar aanleiding van deze rapporten nam UWV een gewijzigde beslissing op bezwaar en besloot de WIA-uitkering per 24 september 2019 voort te zetten. Verzoeker trok daarop het beroep in en verzocht om proceskostenvergoeding. De rechtbank oordeelde dat het beroep was ingetrokken vanwege tegemoetkoming door UWV en veroordeelde UWV tot betaling van proceskosten van €1.518,-.
Daarnaast wees de rechtbank erop dat UWV verplicht is het griffierecht van €48,- te vergoeden aan verzoeker. De uitspraak werd gedaan door rechter D.R. van der Meer op 11 mei 2022.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen tot vergoeding van €1.518,- aan proceskosten na wijziging van het bezwaarbesluit.