ECLI:NL:RBDHA:2022:5305
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening niet-ontvankelijk na beslissing op bezwaar verblijfsvergunning
Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 26 november 2021 is afgewezen. Tegen dit primaire besluit is bezwaar gemaakt, waarna verzoekster tevens een voorlopige voorziening heeft gevraagd.
Op 17 februari 2022 heeft de staatssecretaris op het bezwaar beslist. Na deze beslissing heeft verzoekster beroep en een nieuw verzoek om voorlopige voorziening ingediend. De voorzieningenrechter beoordeelt dat een verzoek om voorlopige voorziening alleen ontvankelijk is indien er een bezwaar of beroep aanhangig is.
Omdat na de beslissing op bezwaar geen bezwaar meer openstaat, wordt het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat er geen bezwaar meer aanhangig is.