ECLI:NL:RBDHA:2022:5319
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak poging uitvoer en bezit grote hoeveelheid MDMA-pillen
De rechtbank Den Haag behandelde de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van poging tot uitvoer en bezit van circa 269 kilogram MDMA-pillen, verstopt in een kist in een loods te Gouda. De tenlastelegging betrof de periode van januari tot maart 2019, waarbij de verdachte samen met anderen zou hebben gepoogd de drugs naar het buitenland te vervoeren.
Tijdens de inhoudelijke behandeling op 16 mei 2022 werd vastgesteld dat verdachte op twee momenten in het dossier voorkomt: op 1 februari 2019, toen de kist leeg werd geleverd, en op 1 maart 2019, toen de drugs werden aangetroffen. De verdachte verklaarde dat hij op 1 maart onderweg was naar een crematie en slechts zijn oom vervoerde.
De officier van justitie stelde dat de aanwezigheid van verdachte bij de loods op beide data voldoende was om wetenschap en beschikkingsmacht aan te nemen. De verdediging betoogde dat geen bewijs bestond voor wetenschap of beschikkingsmacht. De rechtbank oordeelde dat de enkele aanwezigheid onvoldoende is om wetenschap van de drugs aan te nemen, mede omdat de kist op 1 februari leeg was en verdachte zich op 1 maart afzijdig hield.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van de ten laste gelegde feiten, omdat deze niet wettig en overtuigend bewezen konden worden. Tevens werd het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van wetenschap en beschikkingsmacht over de MDMA-pillen.