ECLI:NL:RBDHA:2022:5326
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete en dwangsom wegens onzelfstandige woonruimtes zonder vergunning
Eiser kreeg in januari 2020 een last onder dwangsom van €7.000 en in juni 2020 een boete van €5.000 opgelegd vanwege het gebruik van onzelfstandige woonruimtes zonder vergunning. Verweerder vorderde de dwangsom in en handhaafde de boete na bezwaar van eiser.
Eiser betwistte dat de dwangsom terecht was verbeurd en dat de boete voldoende was gemotiveerd, en voerde aan dat er onvoldoende bewijs was voor de overtreding. De rechtbank oordeelde dat het inspectierapport van 6 maart 2020 met foto’s en verklaringen voldoende bewijs leverde dat er sprake was van onzelfstandige woonruimtes en dat de dwangsom terecht werd gevorderd.
Ook de boete werd bevestigd, omdat het inspectierapport van 28 november 2019 duidelijk maakte dat er meer slaapplaatsen waren dan bewoners, wat een overtreding inhoudt. Argumenten over kortdurend verblijf of discrepanties in het aantal ingeschreven personen werden niet doorslaggevend geacht.
De rechtbank vond het opleggen van de boete niet onredelijk, mede gezien eerdere overtredingen. De beroepen van eiser werden ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de boete en dwangsom wegens onzelfstandige woonruimtes zonder vergunning en verklaart het beroep ongegrond.