ECLI:NL:RBDHA:2022:5346
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure
Verzoeker heeft een asielaanvraag ingediend die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen als kennelijk ongegrond bij besluit van 5 januari 2022. Hiertegen heeft verzoeker beroep ingesteld en tevens een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening op 14 april 2022 behandeld tijdens een zitting te Breda, waar beide partijen vertegenwoordigd waren. Op dezelfde dag is ook uitspraak gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL22.256).
Gezien de uitspraak in de hoofdzaak wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt afgewezen.