Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], verzoeker
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
driehonderdnegenenzeventig euro en 50 cent).
Rechtbank Den Haag
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 26 juli 2021. Tijdens de procedure heeft de staatssecretaris op 17 maart 2022 alsnog een inwilligend besluit genomen. Vervolgens heeft verzoeker het beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van de gemaakte proceskosten.
De rechtbank heeft vastgesteld dat verweerder aan verzoeker tegemoet is gekomen door alsnog een besluit te nemen tijdens de beroepsprocedure. De rechtbank oordeelt dat het verzoek om proceskostenvergoeding gegrond is en stelt deze vast op €379,50, gebaseerd op een wegingsfactor van 0,5 vanwege de beperkte aard van het beroep.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en de rechtbank veroordeelt de staatssecretaris tot betaling van de proceskosten. Verzoeker kan binnen zes weken verzetschrift indienen tegen deze uitspraak.
Uitkomst: De staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van €379,50 aan proceskosten aan verzoeker.