ECLI:NL:RBDHA:2022:5420
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening bij afwijzing bijstandsuitkering wegens onvoldoende financiële informatie
Verzoekers hebben een bijstandsuitkering aangevraagd die door het college van burgemeester en wethouders van Leiden is afgewezen omdat zij onvoldoende informatie verstrekten over hun levensonderhoud in de maanden voorafgaand aan de aanvraag.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er sprake was van een spoedeisend belang vanwege de financiële nood van verzoekers, maar dat de verstrekte bankafschriften onvoldoende duidelijkheid boden over de periode oktober tot en met december 2021. Verzoekers hadden niet adequaat gereageerd op het verzoek om nadere uitleg over hun inkomsten en uitgaven in die periode.
Hoewel verzoekers stelden dat hun zoon bijdroeg aan het levensonderhoud en dat er geen sprake was van inkomsten uit gokken, ontbrak een sluitende administratie en was er geen tijdige overlegging van bewijsstukken. De voorzieningenrechter kon daardoor niet anders dan het standpunt van verweerder volgen dat het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld.
Daarom werd het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen en blijft het bestreden besluit naar verwachting in stand. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de bijstandsaanvraag is afgewezen.