ECLI:NL:RBDHA:2022:5426
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na herbeoordeling arbeidsmogelijkheden en urenbeperking
Eiser, taxichauffeur, meldde zich ziek na een verkeersongeval en ontving een Ziektewetuitkering. Na een eerste beoordeling werd de uitkering beëindigd omdat eiser meer dan 65% van zijn loon kon verdienen met passend werk. In bezwaar en beroep werd een herbeoordeling uitgevoerd door een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige, waarbij een urenbeperking van gemiddeld 30 uur per week werd vastgesteld met een marge tot 32 uur.
De verzekeringsarts nam beperkingen op vanwege PTSS en fysieke klachten, maar concludeerde dat eiser geen energetische ziekte had en voldoende belastbaar was. De arbeidsdeskundige stelde dat eiser geschikt was voor meerdere functies binnen de toegestane uren, zonder verlies van verdiencapaciteit.
Eiser voerde aan dat zijn beperkingen en verminderde belastbaarheid onvoldoende werden erkend, met name door het ontbreken van een urenbeperking op energetische gronden en onvoldoende erkenning van concentratie- en depressieve klachten. De rechtbank oordeelde echter dat de medische en arbeidskundige rapporten voldoende onderbouwing boden voor de urenbeperking en functieduiding.
De rechtbank verwierp de stellingen van eiser, onder meer omdat de psychologische klachten pas na de datum in geding waren vastgesteld en de urenbeperking gebaseerd was op het revalidatietraject. De beëindiging van de ZW-uitkering werd daarom bevestigd en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering per 21 januari 2020.