ECLI:NL:RBDHA:2022:5441
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.J. Peters
- L. Koper
- A.E.J. Satink
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoeken tot machtiging uithuisplaatsing en wijziging verblijf minderjarige
De rechtbank Den Haag behandelde op 13 mei 2022 een zaak betreffende een minderjarige die feitelijk bij pleegouders verbleef. De gecertificeerde instelling verzocht om machtiging voor uithuisplaatsing in een ander pleeggezin en toestemming voor wijziging van het verblijf, omdat de huidige pleegouders aangaven de plaatsing niet langer te kunnen dragen. De ouders verzetten zich tegen deze verzoeken en vroegen tevens om beëindiging van de uithuisplaatsing.
De rechtbank oordeelde dat de gecertificeerde instelling ontvankelijk was in haar verzoeken, maar dat onvoldoende was onderbouwd dat de huidige plaatsing niet langer mogelijk was of dat een nieuwe plaatsing in het belang van de minderjarige was. De rechtbank hechtte belang aan het welzijn van de minderjarige, die het naar haar zin had bij de pleegouders en steun vond in haar omgeving. De druk die de pleegouders ervoeren werd vooral toegeschreven aan de gecertificeerde instelling, met name rondom omgangsbeperkingen.
De rechtbank stelde dat de pleegouders de uithuisplaatsing moeten accepteren, maar dat de gecertificeerde instelling rekening moet houden met hun wensen en agenda. Er moet worden ingezet op betere samenwerking tussen pleegouders, ouders en gecertificeerde instelling, waarbij de omgangsregeling kan worden uitgebreid zodra hulpverlening is ingezet. Het verzoek van de ouders om de uithuisplaatsing te beëindigen werd afgewezen vanwege het ontbreken van gewijzigde omstandigheden.
De beschikking werd uitgesproken door kinderrechters Peters, Koper en Satink en griffier Nijhuis. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak via het gerechtshof Den Haag.
Uitkomst: De rechtbank wijst alle verzoeken tot machtiging uithuisplaatsing, wijziging verblijf en beëindiging uithuisplaatsing af.