ECLI:NL:RBDHA:2022:5589
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond wegens niet tijdig beslissen op asielaanvraag door besluitmoratorium
Eiser diende op 20 november 2019 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Verweerder weigerde aanvankelijk de vergunning, trok dit besluit later in en verleende uiteindelijk op 14 december 2021 een verblijfsvergunning op de b-grond. Eiser stelde verweerder in gebreke wegens het niet tijdig beslissen en startte een beroep tegen het uitblijven van een besluit.
De rechtbank oordeelde dat verweerder tussen november 2020 en augustus 2021 in gebreke was, maar dat door het besluitmoratorium voor vreemdelingen uit Afghanistan, dat op 26 augustus 2021 in werking trad, verweerder niet langer verplicht was binnen de wettelijke termijn te beslissen. Hierdoor was verweerder op het moment van ingebrekestelling niet in gebreke en kon geen dwangsom worden verbeurd.
Daarnaast werd het beroep tegen het alsnog genomen besluit reeds door een andere zittingsplaats ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het niet tijdig beslissen ongegrond, veroordeelde verweerder tot vergoeding van de proceskosten van €379,50 en wees erop dat tegen deze uitspraak verzet kan worden ingesteld.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen wordt ongegrond verklaard en verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.