AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Machtiging tot voortzetting van crisismaatregel wegens levensgevaar door psychische stoornis
De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek van de officier van justitie tot voortzetting van een crisismaatregel op grond van artikel 7:7 vanPro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). Betrokkene, geboren in 2000, verblijft momenteel in een accommodatie en vertoont gedrag dat leidt tot levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel en ernstige psychische schade.
Tijdens de zitting verklaarde betrokkene dat zij liever naar huis wil, maar inziet waarom zij is opgenomen. De artsen gaven aan dat therapie noodzakelijk is, maar momenteel niet kan worden gestart en dat voortzetting van de crisismaatregel niet noodzakelijk is voor de behandeling. De vader van betrokkene bevestigde eerdere pogingen tot vrijwillige behandeling die niet succesvol waren.
De rechtbank concludeerde dat er sprake is van een ernstig en onmiddellijk dreigend nadeel, vermoedelijk veroorzaakt door een posttraumatische stressstoornis, persoonlijkheidsproblematiek en polymiddelenmisbruik. De verklaring van de arts die geen stoornis zag, werd niet gevolgd vanwege onvoldoende onderbouwing. Gezien het ontbreken van minder bezwarende alternatieven en het risico op zelfdoding, werd de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verleend voor een periode van drie weken. De machtiging omvat verplichte opname in een accommodatie, zonder overige vormen van verplichte zorg.
Uitkomst: De rechtbank verleent machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel met verplichte opname voor drie weken.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/629804 / FA RK 22-3268
Datum beschikking: 27 mei 2022
Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel
Beschikkingnaar aanleiding van het op 24 mei 2022 door de officier van justitie ingediende verzoek tot voortzetting van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 vanPro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[de vrouw]
hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedag] 2000 te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats]
thans verblijvende in de accommodatie [verblijfplaats]
advocaat: mr. I.G.M. van Gorkum te 's-Gravenhage.
Procesverloop
Bij verzoekschrift heeft de officier van justitie verzocht om voortzetting van de op 23 mei 2022 opgelegde crisismaatregel.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
een afschrift van de beschikking van de burgemeester van de gemeente Den Haag tot het nemen van de crisismaatregel;
een op 23 mei 2022 ondertekende medische verklaring van [psychiater] die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij haar behandeling betrokken was;
- een blanco uittreksel uit de justitiële documentatie;
- een afschrift van de politiemutaties.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 27 mei 2022.
Ter zitting zijn de volgende personen door de rechtbank gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
- de [arts] ;
- de [arts in opleiding tot psychiater]
- de vader van betrokkene.
Omdat een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht door de officier van justitie, is de officier van justitie niet gehoord.
Standpunten ter zitting
Betrokkene heeft verklaard dat zij soms niet zo goed weet hoe zij zich moet voelen en dat zij het niet fijn vind om bij de accommodatie te zijn. Zij wil liever naar huis maar begrijpt waarom zij is opgenomen. Betrokkene heeft aangegeven dat er nog niets is gebeurd om de situatie beter te maken aangezien ze nog geen therapie heeft ontvangen. Betrokkene heeft aangegeven dat zij weg zou gaan bij de accommodatie als zij hiertoe de mogelijkheid zou krijgen.
De aios heeft verklaard dat het de bedoeling is dat betrokkene MBT-therapie krijgt. De therapie moet in een ambulant kader gegeven worden en betrokkene staat nu op een wachtlijst. Op de huidige afdeling kan geen therapie geboden worden aan betrokkene. Binnenkort zal er een bijeenkomst zijn om te kijken naar een veilige situatie voor betrokkene. Volgens de aios is een voortzetting van de crisismaatregel niet noodzakelijk voor de behandeling.
De arts heeft aanvullend verklaard dat de therapie los staat van de situatie van betrokkene. Volgens de arts is er geen stoornis en is er geen nut in de voortzetting van de crisismaatregel. Er zal bij betrokkene geen dwang ingezet worden maar het gevaar zal blijven voor haar. Volgens de arts kan betrokkene bij de accommodatie ook niet beschermd worden tegen pogingen en zal betrokkene zelf dingen moeten regelen. Therapie is een mogelijkheid maar dat is een gedeelde verantwoordelijkheid. Als het onveilig wordt bij de accommodatie zal betrokkene in elk geval naar huis moeten gaan. Het ingrijpen moet doelmatig zijn volgens de arts.
De vader van betrokkene heeft verklaard dat er al eerder geprobeerd is om betrokkene vrijwillig te behandelen maar dat betrokkene toen naar huis is gegaan en er geen behandeling tot stand is gekomen. Betrokkene beseft op heldere momenten dat ze veilig is bij de accommodatie maar wanneer zij dat niet beseft kan het snel onveilig worden.
De advocaat heeft namens betrokkene aangegeven dat betrokkene weg wil uit de accommodatie maar dat zij inziet dat dit geen veilige situatie voor haar zou creëren. De advocaat heeft aangevoerd dat de stoornis van betrokkene duidelijk blijkt uit het dossier en er gevaar voor betrokkene is. Er is nog geen alternatief nu gebleken is dat de behandeling nog niet tot stand kan komen. Om die reden verzoekt de advocaat om toewijzing van het verzoek nu betrokkene anders in (levens)gevaar komt.
Beoordeling
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat aan de opname van betrokken een poging tot zelfdoding ten grondslag lag, zodat ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade.
Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, te weten een posttraumatische stressstoornis evenals persoonlijkheidsproblematiek en polymiddelenmisbruik. Aan de verklaring van de arts ter zitting dat betrokkene geen stoornis zou hebben gaat de rechtbank voorbij, aangezien het dossier anders uitwijst en de arts zijn afwijkende conclusie niet nader heeft toegelicht. De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
Nu de arts ter zitting heeft verklaard geen heil te zien in een verplichte opname en dus ook geen verplichte vormen van zorg te zullen toepassen, zal de rechtbank niet alle in de crisismaatregel genoemde vormen van verplichte zorg opnemen, maar louter het:
- opnemen in een accommodatie,
aangezien deze vorm noodzakelijk is om het ernstig nadeel af te wenden.
Betrokkene verzet zich tegen deze zorg. Betrokkene heeft aangegeven weg te willen bij de accommodatie als zij daar de mogelijkheid toe krijgt, ondanks het feit dat zij nu kan inzien dat zij hier veiliger is. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
De voorgestelde verplichte zorg is bovendien evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt verder dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat er zonder machtiging een gevaarlijke situatie voor betrokkene zal ontstaan. Er is eerder al geprobeerd betrokkene op vrijwillige basis te behandelen en dat is ondoelmatig gebleken. Er is voldaan aan de wettelijke vereisten voor toewijzing van het verzoek en de rechtbank is van oordeel dat betrokkene gebaat is bij een strikt kader waarin gezocht kan worden naar de juiste behandeling. Tevens is ter zitting gebleken dat de beoogde therapie nog niet gestart kan worden. Dit betekent dat betrokkene tussentijds geen alternatieve behandeling krijgt en het risico op zelfdoding niet lijkt af te nemen.
Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken na heden.
Beslissing
De rechtbank:
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van:
[de vrouw]
geboren op [geboortedag] 2000 te [geboorteplaats] ,
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
- opnemen in een accommodatie;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 17 juni 2022;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. M. Dam, rechter, bijgestaan door D. Debets als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 27 mei 2022.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 3 juni 2022.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.