ECLI:NL:RBDHA:2022:5679
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag wijziging verblijfsvergunning wegens onvoldoende ononderbroken arbeid
Eiseres, een Turkse werknemer, vroeg om wijziging van haar verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd naar een vergunning met de beperking 'arbeid in loondienst'. Verweerder wees dit af omdat eiseres niet voldeed aan de voorwaarde van artikel 6, eerste lid, eerste gedachtestreepje van Besluit 1/80, namelijk één jaar ononderbroken arbeid bij dezelfde werkgever op basis van een onbetwist verblijfsrecht.
Eiseres was van 1 oktober 2019 tot 23 september 2020 legaal in dienst bij VIMN Netherlands BV, maar haar verblijfsvergunning verliep op 23 september 2020, waardoor er een verblijfsgat van acht dagen ontstond. De rechtbank oordeelde dat de arbeid na deze datum niet meetelt als legale arbeid en dat eiseres daarom niet aan de voorwaarde voldoet.
Eiseres voerde aan dat het ontbreken van een geldige verblijfsvergunning niet doorslaggevend is en dat zij onevenredig wordt geschaad, maar de rechtbank vond dit onvoldoende onderbouwd. Ook het beroep op het arrest Sevince faalde omdat de arbeid na het verblijfsgat niet als legale arbeid kan worden aangemerkt.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en vond geen sprake van een schending van het zorgvuldigheids- of motiveringsbeginsel. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard omdat zij niet voldoet aan de eis van één jaar ononderbroken arbeid op basis van een onbetwist verblijfsrecht.