Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
In deze bestuursrechtelijke zaak op het gebied van vreemdelingenrecht stelde de rechtbank Den Haag vast dat haar eerdere uitspraak van 3 mei 2022 een kennelijke misslag bevatte met betrekking tot de hoogte van de proceskostenvergoeding.
De rechtbank achtte het herstel van deze misslag eenvoudig uitvoerbaar en besloot daarom haar eerdere beslissing aan te passen. De rechtbank verklaarde het beroep van eiser gegrond, vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op een nieuw besluit op bezwaar te nemen met inachtneming van de hersteluitspraak.
Daarnaast veroordeelde de rechtbank de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tot betaling van de door eiser gemaakte proceskosten tot een bedrag van €1.518 en tot vergoeding van het door eiser betaalde griffierecht van €181. De proceskostenvergoeding werd vastgesteld op basis van het Besluit proceskosten bestuursrecht, waarbij één punt werd toegekend voor het indienen van het beroepschrift en één punt voor het verschijnen ter zitting, elk met een waarde van €759.
De hersteluitspraak werd gedaan door rechter B.F.Th. de Roos en griffier J. de Winter en is definitief; tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het bestreden besluit, veroordeelt verweerder in de proceskosten en draagt op tot een nieuw besluit op bezwaar.