ECLI:NL:RBDHA:2022:575
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid tot invordering verbeurde dwangsommen verjaard; beroep niet-ontvankelijk
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft het college van dijkgraaf en hoogheemraden van Rijnland dwangsommen opgelegd aan eiser wegens onvoldoende onderhoud aan de waterkering. Nadat verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaarde, stelde eiser beroep in tegen dit besluit.
Verweerder heeft vervolgens aan de rechtbank medegedeeld dat de bevoegdheid tot invordering van de verbeurde dwangsommen is verjaard, aangezien de dwangsommen tussen oktober en december 2019 zijn verbeurd en er geen stuitingshandelingen zijn verricht. Op grond van artikel 5:35 lid 1 Awb Pro verjaart de rechtsvordering tot betaling van een verbeurde dwangsom na één jaar.
Omdat de bevoegdheid tot invordering is verjaard, heeft eiser geen belang meer bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep. De rechtbank verklaart het beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk en doet uitspraak zonder zitting. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van eiser en moet het door eiser betaalde griffierecht vergoeden.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens verjaring van de bevoegdheid tot invordering van de dwangsommen.