ECLI:NL:RBDHA:2022:576
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid tot invordering van verbeurde dwangsommen is verjaard
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft het college van dijkgraaf en hoogheemraden van Rijnland dwangsommen ingevorderd die door eiser waren verbeurd. De rechtbank oordeelt dat de bevoegdheid tot invordering van deze dwangsommen is verjaard, aangezien meer dan een jaar is verstreken sinds de dag waarop de dwangsommen zijn verbeurd, conform artikel 5:35 lid 1 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Verweerder heeft het bezwaar van eiser tegen de invordering ongegrond verklaard, met matiging van het totale bedrag. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit, maar de rechtbank stelt vast dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat het procesbelang ontbreekt. Dit komt doordat verweerder geen verdere dwangsommen kan opleggen en de invordering is verjaard.
De rechtbank besluit het beroep zonder zitting af te doen en draagt verweerder op het betaalde griffierecht aan eiser te vergoeden, aangezien het vervallen van het procesbelang door het nalaten van een tijdige stuitingshandeling voor risico van verweerder komt.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens verjaring van de bevoegdheid tot invordering van de dwangsommen.