ECLI:NL:RBDHA:2022:578
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering wijziging WAO-uitkering wegens overschrijding vijfjaarstermijn
Eiser heeft een WAO-uitkering die per 2 augustus 2010 voor het laatst is herzien. In 2014 meldde hij een toename van arbeidsongeschiktheid, maar zijn uitkering bleef ongewijzigd. In mei 2020 meldde eiser zich opnieuw ziek en verzocht om wijziging van zijn WAO-uitkering. Verweerder wees dit af omdat de melding buiten de vijfjaarstermijn van artikel 39a WAO viel.
Eiser stelde dat zijn melding van 2014 gelijkgesteld moet worden met een herziening en dat de termijn van vijf jaar daardoor nog niet verstreken was. Tevens voerde hij aan dat het bestreden besluit onvoldoende was gemotiveerd vanwege de vermelding van artikel 43a WAO. De rechtbank oordeelde dat de vermelding van artikel 43a WAO een kennelijke verschrijving was en dat de wet geen ruimte biedt om een melding van toegenomen arbeidsongeschiktheid als herziening te beschouwen.
De rechtbank concludeerde dat de ziekmelding van mei 2020 buiten de vijfjaarstermijn valt en dat eiser niet op de hoogte zijn van deze termijn voor zijn eigen risico komt. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot weigering wijziging WAO-uitkering wordt ongegrond verklaard.