ECLI:NL:RBDHA:2022:5782

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
10 juni 2022
Publicatiedatum
16 juni 2022
Zaaknummer
NL22.7618
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Dublin-verordening
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublin-verordening

Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat volgens de Dublin-verordening Italië verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn aanvraag.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening op 2 juni 2022 behandeld, waarbij verzoeker is verschenen met zijn gemachtigde en een tolk aanwezig was. De staatssecretaris werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.

De voorzieningenrechter verwijst naar de uitspraak in een gelijktijdige zaak (NL22.7617) waarin op het beroep is beslist en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

De uitspraak bevestigt dat de Dublin-verordening correct is toegepast en dat de asielaanvraag niet door Nederland in behandeling wordt genomen, maar door Italië, conform de internationale afspraken.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL22.7618
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[Naam], verzoeker V-nummer: [Nummer]

(gemachtigde: mr. E.G. Grigorjan), en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder, (gemachtigde: mr. E. van Hoof).

Procesverloop

Bij besluit van 29 april 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van verzoeker niet in behandeling genomen.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de zaak NL.22.7617, op 2 juni 2022 op zitting behandeld. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen G.M.A. Al-Harbia. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL22.7617, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op hetberoep. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor eenproceskostenveroordeling bestaat geenaanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K. Verschueren, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. Ż.A. Meinert, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
□t