ECLI:NL:RBDHA:2022:5793

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
10 juni 2022
Publicatiedatum
16 juni 2022
Zaaknummer
NL22.7817 en NL22.7819
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 30a Vreemdelingenwet 2000
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening tegen niet-ontvankelijkverklaring asielaanvragen

Verzoekers hebben tegen besluiten van 2 mei 2022 beroep ingesteld omdat hun asielaanvragen niet-ontvankelijk waren verklaard door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Zij vroegen tevens om een voorlopige voorziening om de gevolgen van deze besluiten te schorsen.

De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 19 mei 2022, waarbij beide partijen verschenen en werden bijgestaan door gemachtigden. Na afweging van de feiten en het toepasselijke recht heeft de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.

De rechtbank heeft in gelijktijdige zaken reeds uitspraak gedaan op de beroepen tegen de niet-ontvankelijkverklaring, wat mede aanleiding was voor de afwijzing van het verzoek. Er is geen reden gezien om proceskosten toe te wijzen.

De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter S.E. van de Merbel en is definitief, aangezien tegen deze uitspraak geen hoger beroep of verzet openstaat.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvragen is afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummers: NL22.7817 en NL22.7819

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen

[Naam 1] en [Naam 2],
alias [Naam Alias], verzoekers
v-nummers: [Nummer] en [Nummer 2]
(gemachtigde: mr. A.K.E. van den Heuvel),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. J.F.N. van Raak).

Procesverloop

Bij besluiten van 2 mei (de bestreden besluiten) heeft verweerder de asielaanvragen van verzoekers niet-ontvankelijk verklaard. [1]
Verzoekers hebben tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de zaken NL22.7816 en NL22.7818, op 19 mei 2022 op zitting behandeld. Verzoekers zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Als tolk is verschenen A.Solomon. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummers NL22.7816 en NL22.7818, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op de beroepen. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.E. van de Merbel, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr.S.C. Spruijt, griffier, openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder a van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).