ECLI:NL:RBDHA:2022:5812
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens vertrek met onbekende bestemming in asielprocedure
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel die door verweerder is afgewezen als kennelijk ongegrond. Vervolgens is het besluit gewijzigd waarbij eiser Nederland onmiddellijk dient te verlaten vanwege een eerder genomen terugkeerbesluit. Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld. Tijdens de zitting is de gemachtigde van eiser niet verschenen en is gebleken dat eiser op 10 februari 2022 met onbekende bestemming is vertrokken.
De rechtbank overweegt dat volgens vaste rechtspraak als een vreemdeling die bescherming heeft gevraagd in Nederland zonder mededeling vertrekt, wordt aangenomen dat hij geen prijs meer stelt op bescherming. Dit geldt tenzij de vreemdeling contact onderhoudt met zijn gemachtigde en aangeeft het beroep voort te willen zetten. In deze zaak heeft eiser geen contact meer gezocht met zijn gemachtigde en is niet meer bereikbaar.
Gezien deze omstandigheden concludeert de rechtbank dat eiser geen procesbelang meer heeft bij zijn beroep. Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en ziet af van een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser met onbekende bestemming is vertrokken en geen belang meer heeft bij de procedure.