ECLI:NL:RBDHA:2022:5835
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toestemming voor uithuisplaatsing minderjarige bij vader in Frankrijk met analoge toepassing artikel 1:306 BW
De zaak betreft een verzoek van Stichting Jeugdbescherming West Haaglanden om toestemming te verlenen voor de plaatsing van een onder toezicht gestelde minderjarige bij zijn vader in Frankrijk. De vader en moeder hebben gezamenlijk het ouderlijk gezag, maar de minderjarige verblijft feitelijk bij de vader. De kinderrechter had eerder de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing bij de vader verlengd.
De gecertificeerde instelling stelt dat de minderjarige zich in Frankrijk goed heeft ontwikkeld, met school, sociale contacten en sport, en dat de thuissituatie bij de moeder problematisch is. De vader en zijn partner bieden een stabiele opvoedomgeving en zoeken professionele hulp. De minderjarige wil graag terug naar Frankrijk. De moeder voert verweer en wijst op ontvoering, seksueel misbruik en trauma, weigert toestemming en wil met de minderjarige naar Afrika verhuizen.
De kinderrechter past artikel 1:306 BW Pro analoog toe op deze uithuisplaatsingssituatie binnen ondertoezichtstelling, omdat de wet geen regeling bevat voor buitenlandse plaatsing in deze context. Gezien de belangen van de minderjarige, de opheffing van de voorlopige hechtenis van de vader en het vervallen van schorsingsvoorwaarden, wordt toestemming verleend voor plaatsing bij de vader in Frankrijk tot het einde van de ondertoezichtstelling.
De beschikking is mondeling gegeven op 16 maart 2022 en schriftelijk vastgesteld op 7 april 2022. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak of betekening.
Uitkomst: Toestemming verleend voor plaatsing van de minderjarige bij de vader in Frankrijk tot het einde van de ondertoezichtstelling.