ECLI:NL:RBDHA:2022:5846
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen terugbetalingsplicht lening inburgering en weigering kwijtschelding
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid waarin is bepaald dat zij de lening van bijna €10.000,- die zij van de Dienst Uitvoering Onderwijs heeft geleend voor inburgeringslessen vanaf 1 maart 2021 moet terugbetalen. Tevens is het bezwaar tegen de weigering tot kwijtschelding van deze lening en de verlenging van de inburgeringstermijn behandeld.
De rechtbank stelt vast dat het eerdere besluit van 7 november 2019, waarin is vastgesteld dat eiseres verwijtbaar niet tijdig is ingeburgerd en dat de lening niet wordt kwijtgescholden, in rechte vaststaat omdat eiseres daar destijds geen bezwaar tegen heeft gemaakt. Het huidige beroep richt zich daarmee vooral op het terugbetalingsmoment en de hoogte van de lening en maandlasten.
Eiseres heeft op zitting erkend dat het eerdere besluit in rechte vaststaat en heeft aangevoerd dat zij destijds onder behandeling was van een psychiater. De rechtbank oordeelt echter dat dit argument te laat is ingebracht en niet in strijd is met de goede procesorde. De overige bezwaren tegen de hoogte van de lening en de maandlasten zijn door verweerder gemotiveerd afgewezen en onvoldoende onderbouwd door eiseres.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het besluit tot terugbetaling van de lening en weigering tot kwijtschelding wordt ongegrond verklaard.