ECLI:NL:RBDHA:2022:5847
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek naturalisatie wegens twijfel aan identiteit en nationaliteit
Eiser verzocht om naturalisatie en overhandigde een Sierra Leoonse paspoort, maar verweerder wees dit verzoek af vanwege twijfel aan de identiteit en nationaliteit van eiser, mede gebaseerd op een eerdere taalanalyse uit de asielprocedure.
Eiser stelde dat de taalanalyse onjuist was en overhandigde aanvullende documenten, waaronder een nieuw paspoort en een verklaring van een Imam, en deed een beroep op de hardheidsclausule. Verweerder handhaafde de afwijzing en stelde dat de taalanalyse nog steeds relevant was en dat de identiteit buiten twijfel moest zijn.
De rechtbank oordeelde dat het aan eiser is om zijn identiteit en nationaliteit aan te tonen en aan verweerder om dit te beoordelen. De taalanalyse en het deskundigenadvies van Bureau Land en Taal werden als betrouwbaar beschouwd. De rechtbank vond geen aanleiding om de hardheidsclausule toe te passen en concludeerde dat eiser niet voldeed aan de voorwaarden van artikel 7 van Pro de RWN.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het besluit niet in strijd was met het evenredigheidsbeginsel. Er was onvoldoende bewijs dat eiser daadwerkelijk de Sierra Leoonse nationaliteit bezat en de wijze van verkrijging van het paspoort bleef onduidelijk.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter M.D. Gunster op 21 juni 2022.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het naturalisatieverzoek wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van identiteit en nationaliteit.