ECLI:NL:RBDHA:2022:5923
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening en wederzijds vertrouwen
Eiseres, samen met haar minderjarige kinderen, allen van Syrische nationaliteit, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om haar asielaanvraag niet in behandeling te nemen. Dit besluit was gebaseerd op artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 en de Dublinverordening, waarbij Denemarken als verantwoordelijke lidstaat werd aangewezen.
Eiseres betoogde dat Denemarken een ander toelatingsbeleid voert voor Syrische vluchtelingen, waardoor het risico op indirect refoulement bestaat bij overdracht. Zij onderbouwde dit met diverse krantenartikelen die aangeven dat Denemarken Syriërs uit bepaalde gebieden terugstuurt en verblijfsvergunningen intrekt. De rechtbank oordeelde echter dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat deze situatie op haar van toepassing is, aangezien zij uit Aleppo komt en niet uit de door Denemarken als veilig beschouwde gebieden Damascus en Rif-Damascus.
De rechtbank stelde vast dat verweerder terecht uitgaat van het beginsel van wederzijds vertrouwen tussen lidstaten en dat Denemarken expliciet heeft toegezegd een individuele beoordeling van de asielaanvraag van eiseres te zullen uitvoeren. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en verweerder hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet-in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.