ECLI:NL:RBDHA:2022:5929
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen afboeken vakantieverlofuren na langdurige ziekte en ontslag
Eiseres, werkzaam bij de Belastingdienst en langdurig ziek met MS, maakte bezwaar tegen het afboeken van vakantieverlofuren uit 2017 en 2018 na haar eervol ontslag per 1 oktober 2018. Verweerder wees het bezwaar af wegens het ontbreken van nieuwe feiten en veranderde omstandigheden en kwalificeerde het bezwaar als een verzoek tot herziening van een in rechte vaststaand besluit.
Eiseres stelde dat zij niet tijdig op de hoogte was gesteld van het besluit en dat zij conform het ziekteverzuimprotocol de bedrijfsarts had geraadpleegd over de mogelijkheid tot vakantie tijdens ziekte. De rechtbank oordeelde dat het bezwaar feitelijk alleen betrekking had op de eindafrekening van oktober 2018, waarover eiseres destijds tijdig bezwaar had gemaakt en later akkoord was gegaan met de afboeking van vakantie in 2018.
De rechtbank volgde verweerder in het standpunt dat het bezwaar te laat was ingediend en dat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die herziening rechtvaardigen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het afboeken van vakantieverlofuren wordt ongegrond verklaard wegens te late indiening en gebrek aan nieuwe feiten.