ECLI:NL:RBDHA:2022:594
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergoeding kosten tijdelijke huisvesting aspirant politie
Eiseres, een aspirant politie, vroeg vergoeding voor tijdelijke huisvesting tijdens haar opleiding in Den Haag, waar zij een appartement huurde. Verweerder wees de aanvraag af omdat tijdelijke huisvesting volgens hem beperkt is tot pensions of studentenkamers met een duidelijk huurtermijn en omdat eiseres de vergoeding niet vooraf met het bevoegd gezag had besproken.
De rechtbank oordeelt dat het begrip 'tijdelijke huisvesting' ruimer is dan pension, maar wel een tijdelijke bewoning impliceert. Omdat eiseres de vergoeding niet vooraf heeft aangevraagd en overleg met het bevoegd gezag ontbrak, mocht de aanvraag worden afgewezen. De stelling dat zij onjuist werd geïnformeerd over de vergoeding faalt, omdat zij geacht wordt zelf informatie in te winnen.
Het beroep op het gelijkheidsbeginsel wordt verworpen omdat een collega die wel vooraf overleg voerde in een andere situatie verkeerde. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, maar geeft aan dat verweerder coulance kan overwegen bij een eventuele vergoeding tot het einde van de huisvestingsbehoefte.
Uitkomst: Het beroep van de aspirant politie tegen de afwijzing van vergoeding voor tijdelijke huisvesting wordt ongegrond verklaard.