Eiser, een Surinaamse nationaliteit dragende man, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) om bij zijn Nederlandse partner te verblijven. De staatssecretaris wees dit verzoek af omdat niet was aangetoond dat sprake was van een duurzame en exclusieve relatie en dat de partner niet voldeed aan het middelenvereiste.
Eiser voerde in beroep aan dat hij voldoende bewijs had overgelegd, waaronder een samenlevingsovereenkomst, verklaringen van familieleden en foto’s, en dat hij een goed bestaan in Suriname had. Ook stelde hij dat hij onterecht niet was gehoord in bezwaar. De rechtbank oordeelde dat eiser niet had bewezen dat er een duurzame en exclusieve relatie bestond. De overgelegde bewijsstukken waren onvoldoende en de verklaring van de partner was summier. Daarnaast ontbraken onderbouwingen van communicatie via WhatsApp.
De rechtbank verwierp het beroep en stelde dat het eerdere mvv-verzoek van eiser bij zijn voormalige partner geen reden was om de huidige aanvraag anders te beoordelen. De rechtbank vond dat het horen in bezwaar terecht was achterwege gebleven omdat geen twijfel bestond dat het bezwaar tot een ander besluit zou leiden. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.