ECLI:NL:RBDHA:2022:6027
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen schorsing rijbewijs na vermoeden rijongeschiktheid door alcohol
Verzoeker is op 25 maart 2022 door het CBR een medisch onderzoek naar zijn rijgeschiktheid opgelegd en is zijn rijbewijs geschorst. Dit besluit is genomen op basis van een mededeling van de politie over een vermoeden van rijongeschiktheid vanwege alcoholgebruik op 20 november 2021.
Verzoeker betwist dat hij onder invloed was en stelt dat hij zijn rijbewijs nodig heeft voor werk en gezin. Hij wijst er ook op dat hij zijn rijbewijs in een strafrechtelijke procedure na een maand terugkreeg en dat het incident enkele maanden geleden plaatsvond zonder herhaling.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het CBR terecht uitging van de mededeling van de politie, die voldoet aan de wettelijke eisen, en dat het opleggen van het onderzoek en de schorsing op grond daarvan is toegestaan. Het feit dat onderliggende stukken pas later zijn verstrekt en dat verzoeker eerder het rijbewijs terugkreeg, leidt niet tot een ander oordeel. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de schorsing van het rijbewijs en het opleggen van een onderzoek wordt afgewezen.