ECLI:NL:RBDHA:2022:6033
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Herstel van besluit over verblijf bij adoptievader wegens onjuiste toetsing artikel 8 EVRM
Eiseres, een jonge vrouw uit Peru, diende een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) om bij haar adoptievader in Nederland te verblijven. De IND wees deze aanvraag af omdat volgens haar geen sprake was van familie- of gezinsleven zoals bedoeld in artikel 8 EVRM Pro en dat eiseres niet viel onder het jongvolwassenenbeleid.
De rechtbank constateerde dat de IND niet juist had getoetst aan de criteria voor familie- of gezinsleven en het jongvolwassenenbeleid, en dat er motiveringsgebreken waren in de beoordeling. Eiseres had bovendien een mvv voor studie verkregen en was daarmee Nederland binnengekomen, maar dit was niet haar oorspronkelijke doel; zij wilde bij haar adoptievader verblijven.
De rechtbank oordeelde dat het standpunt van de IND dat eiseres geen procesbelang meer had vanwege de verkregen mvv voor studie niet houdbaar was, omdat hierdoor geen inhoudelijke heroverweging van het oorspronkelijke besluit plaatsvond. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en beval de IND binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met een juiste toetsing aan artikel 8 EVRM Pro en het jongvolwassenenbeleid.
Daarnaast veroordeelde de rechtbank de IND in de proceskosten van eiseres en zag af van het alsnog heffen van griffierecht. De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige en evenwichtige besluitvorming bij verblijfsaanvragen op grond van familie- en gezinsleven.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit van de IND en beveelt een nieuwe zorgvuldige beslissing binnen zes weken.