ECLI:NL:RBDHA:2022:6038
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.M.H. van der Poort - Schoenmakers
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning zelfstandige wegens onvoldoende onderbouwing en ontbrekende KvK-inschrijving
Eiser, een Turkse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning voor het doel arbeid als zelfstandige. De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat eiser geen machtiging tot voorlopig verblijf had, de antecedentenverklaring onjuist was ingevuld, geen inschrijving bij de Kamer van Koophandel was overgelegd en het ondernemingsplan summier en onvoldoende onderbouwd was.
Eiser betoogde dat hij zich niet kon inschrijven bij de KvK vanwege zijn verblijfsstatus en dat hij ruime werkervaring had, hoewel zonder bewijsstukken. Ook stelde hij dat het bestreden besluit in strijd was met het evenredigheidsbeginsel en dat hij ten onrechte geen hoorrecht kreeg in bezwaar.
De rechtbank oordeelde dat eiser niet voldeed aan de vereisten, met name het ontbreken van KvK-inschrijving en onvoldoende onderbouwing van het ondernemingsplan en werkervaring. Het beroep op het evenredigheidsbeginsel en artikel 8 EVRM Pro faalde wegens gebrek aan onderbouwing. Ook was het horen in bezwaar niet vereist omdat geen nieuwe feiten of omstandigheden waren aangevoerd.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning voor zelfstandige arbeid wordt ongegrond verklaard.