ECLI:NL:RBDHA:2022:6082
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op jonggehandicaptenkorting in inkomstenbelasting 2018
Eiseres heeft voor het jaar 2018 aangifte inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) gedaan waarbij zij recht op de jonggehandicaptenkorting claimde. Verweerder heeft aangegeven dat geen recht bestaat op deze korting en heeft de aanslag opgelegd zonder deze korting toe te passen.
Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de aanslag, maar dit bezwaar is afgewezen. Vervolgens heeft zij beroep ingesteld bij de rechtbank. De kern van het geschil is of eiseres voldoet aan de voorwaarden van artikel 8.16a Wet op de inkomstenbelasting 2001, die vereist dat de belastingplichtige recht heeft op een uitkering of arbeidsondersteuning op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten.
De rechtbank oordeelt dat eiseres niet heeft onderbouwd dat zij aan deze voorwaarden voldoet en dat de bewijslast hiervoor bij haar ligt. Daarnaast faalt het beroep op het vertrouwensbeginsel omdat de uitlatingen waarop eiseres zich beroept afkomstig zijn van een derde die de aangifte heeft ingediend, en niet van verweerder.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om proceskostenveroordeling af. De uitspraak is gedaan door rechter M.E. Kiers op 23 juni 2022.
Uitkomst: Het beroep van eiseres op de toepassing van de jonggehandicaptenkorting wordt ongegrond verklaard.