ECLI:NL:RBDHA:2022:6085
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering aanslag inkomstenbelasting na correctie zelfstandigenaftrek en omzetinschatting
Eiser voerde in 2016 een onderneming onder de naam [bedrijfsnaam 1] en deed aangifte IB/PVV met een belastbaar inkomen van €14.374. Verweerder legde een aanslag op met een belastbaar inkomen van €87.889, gebaseerd op een omzet van €68.190 uit de omzetbelasting en neveninkomsten uit het RIS. De rechtbank oordeelt dat verweerder een redelijke schatting heeft gemaakt door 50% kosten in aanmerking te nemen en de omzet uit de omzetbelasting te gebruiken.
Eiser maakte niet aannemelijk dat de omzet lager was dan opgegeven, noch dat de neveninkomsten niet aan hem toekwamen. Wel oordeelt de rechtbank dat de zelfstandigenaftrek ten onrechte is geweigerd omdat het urencriterium gelet op de omvang van de onderneming en activiteiten wel is gehaald.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt de uitspraak op bezwaar en vermindert de aanslag tot een belastbaar inkomen van €49.300, rekening houdend met de zelfstandigenaftrek. De belastingrente wordt dienovereenkomstig verminderd. Het griffierecht wordt aan eiser vergoed. Het beroep is gebaseerd op de omkering en verzwaring van de bewijslast vanwege een onvolledige aangifte.
Uitkomst: De aanslag IB/PVV 2016 is verminderd tot een belastbaar inkomen van €49.300 na toepassing van zelfstandigenaftrek en redelijke schatting van de omzet.