Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiseres 2], eiseres 2 en
[naam eiser], eiser, hierna tezamen: eisers,
Rechtbank Den Haag
Eisers, Congolese pleegkinderen van een referent met verblijfsvergunning in Nederland, vroegen machtigingen tot voorlopig verblijf (mvv’s) aan in het kader van nareis. De Staatssecretaris wees deze aanvragen af omdat eisers niet aannemelijk maakten dat zij aan de vereisten voldeden, met name het ontbreken van bewijs van identiteit, familierechtelijke relatie en het bestaan van een pleegrelatie of feitelijke gezinsband.
De rechtbank oordeelt dat zelfs indien eisers hun identiteit en familierechtelijke relatie met hun biologische ouders zouden aantonen, dit niet leidt tot toewijzing van de aanvragen. Eisers en referent konden geen officiële documenten overleggen die een pleegrelatie bevestigen, noch aannemelijk maken dat zij gedurende een periode van ongeveer vier maanden in Oeganda samenwoonden en een gezin vormden.
De rechtbank benadrukt dat eisers geregistreerd staan als gezinsleden van een tante, niet van referent, en dat referent voorafgaand aan vertrek naar Nederland niet heeft gemeld dat eisers tot zijn gezin behoren. De samenlevingsperiode wordt als te kort beoordeeld om een pleegrelatie te doen ontstaan. Daarom is niet voldaan aan de vereisten voor nareis en is het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de mvv-nareisaanvragen wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van een pleegrelatie en feitelijke gezinsband.