ECLI:NL:RBDHA:2022:617
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag duurzaam verblijf burgers van de Unie wegens onvoldoende middelen van bestaan
Eiseres, een Egyptische nationaliteit houdende vrouw, heeft een verblijfsdocument als familielid van een burger van de Unie, afgeleid van haar minderjarige Nederlandse zoon. Zij vroeg een document duurzaam verblijf burgers van de Unie aan, dat door verweerder is afgewezen omdat zij niet vijf jaar ononderbroken rechtmatig in Nederland heeft verbleven en onvoldoende middelen van bestaan heeft gehad.
Eiseres betoogde dat zij rechtmatig verbleef en niet over voldoende middelen hoefde te beschikken, mede omdat zij eerder ook zonder werk rechtmatig verbleef en zij gerechtvaardigd mocht vertrouwen op haar verblijfsrecht. Subsidiair stelde zij dat zij vanaf januari 2019 werkt en dus rechtmatig verblijft.
De rechtbank oordeelde dat eiseres niet voldeed aan de vereiste van vijf jaar ononderbroken rechtmatig verblijf, mede doordat zij tussen 2015 en 2018 een uitkering ontving en niet kon aantonen dat zij onvrijwillig werkloos was geworden. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat verschillende toetsingskaders gelden voor haar huidige verblijfsrecht en het duurzaam verblijfsrecht.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag voor duurzaam verblijf wordt ongegrond verklaard.