ECLI:NL:RBDHA:2022:6223
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in zaak asielaanvraag kennelijk ongegrond
Verzoeker heeft tegen het besluit van 6 december 2021, waarin zijn asielaanvraag als kennelijk ongegrond werd afgewezen, beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met een gerelateerde zaak op 25 mei 2022 behandeld. Verzoeker was aanwezig met een gemachtigde en tolk, terwijl de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid zich liet vertegenwoordigen.
Bij uitspraak van dezelfde dag in de hoofdzaak werd het beroep behandeld, waarna de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening afwees. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt afgewezen.