ECLI:NL:RBDHA:2022:6247
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing rechtmatig verblijf en duurzaam verblijfsrecht gemeenschapsonderdaan wegens onvoldoende bewijs en belangenafweging
Eiseres, een Bulgaarse gemeenschapsonderdaan die sinds 2010 in Nederland verblijft, heeft een aanvraag ingediend voor een document duurzaam verblijf burgers van de Unie. Verweerder heeft vastgesteld dat zij geen rechtmatig verblijf als actieve of niet-actieve gemeenschapsonderdaan heeft en haar aanvraag afgewezen. Eiseres ontving sinds 2014 een bijstandsuitkering en heeft onvoldoende bewijs geleverd dat zij gedurende vijf jaar als werknemer, zelfstandige of economisch niet-actieve gemeenschapsonderdaan rechtmatig verbleef.
De rechtbank oordeelt dat de werkzaamheden van eiseres in 2016 marginale aard hadden en niet als reële arbeid kunnen worden aangemerkt. Ook is niet gebleken dat zij rechtmatig verblijf had als werkzoekende. De stukken over de financiële situatie van haar ex-partner zijn onvoldoende om verblijf op grond van duurzame middelen aan te tonen. De belangenafweging valt in het nadeel van eiseres uit vanwege haar langdurige afhankelijkheid van de openbare kas en het ontbreken van aantoonbare arbeidsinschakeling.
Verder is vastgesteld dat eiseres niet voldoet aan de vijfjaarstermijn voor duurzaam verblijf zoals vereist in artikel 8.12 van het Vreemdelingenbesluit 2000. De rechtbank wijst het beroep af en oordeelt dat de hoorplicht niet is geschonden omdat het horen achterwege kon blijven. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag voor duurzaam verblijf wordt afgewezen wegens ontbreken van rechtmatig verblijf.