ECLI:NL:RBDHA:2022:6254
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid na bezwaarbesluit
Verzoeker heeft een aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingediend, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 6 december 2021 is afgewezen. Hiertegen maakte verzoeker bezwaar. Vervolgens heeft verzoeker de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening.
Op 16 februari 2022 heeft de staatssecretaris op het bezwaar beslist, waardoor er geen bezwaar meer aanhangig is. Omdat er ook geen beroep is ingesteld binnen de daarvoor geldende termijn, kan het verzoek om een voorlopige voorziening niet worden toegewezen. De voorzieningenrechter oordeelt dat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder mondelinge behandeling en is definitief, er staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het bezwaar reeds is beslist en geen beroep is ingesteld.