ECLI:NL:RBDHA:2022:6256
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid na bezwaarbesluit
Verzoeker heeft bij besluit van 22 november 2021 een afwijzing ontvangen op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd. Hiertegen maakte hij bezwaar en verzocht tegelijkertijd om een voorlopige voorziening. Nadat verweerder op het bezwaar had beslist op 15 februari 2022, diende verzoeker beroep en een nieuw verzoek om voorlopige voorziening in.
De voorzieningenrechter overweegt dat op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht een verzoek om voorlopige voorziening alleen mogelijk is indien er een bezwaar of beroep aanhangig is. Nu het bezwaar is afgehandeld en niet meer aanhangig is, is het verzoek om voorlopige voorziening kennelijk niet-ontvankelijk.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder zitting en er staat geen rechtsmiddel tegen open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het bezwaar reeds is afgehandeld.