ECLI:NL:RBDHA:2022:6258
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen niet-ontvankelijkverklaring verblijfsvergunning
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd. Dit bezwaar is door verweerder niet-ontvankelijk verklaard bij besluit van 15 februari 2022. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening zonder zitting behandeld op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. In de hoofdzaak (zaaknummer AWB 22/1564) is het beroep van verzoeker ongegrond verklaard.
Gezien de uitspraak in de hoofdzaak wordt het verzoek om voorlopige voorziening als kennelijk ongegrond afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep in de hoofdzaak ongegrond is verklaard.