ECLI:NL:RBDHA:2022:6259
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaar verblijfsvergunning Turkse onderdaan
Eiser, een Turkse onderdaan geboren in 1980, heeft een aanvraag ingediend voor verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd. Deze aanvraag is op 29 december 2021 afgewezen door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Eiser maakte bezwaar tegen deze afwijzing, maar dit bezwaar werd op 8 maart 2022 niet-ontvankelijk verklaard omdat hij geen tijdige gronden van bezwaar had ingediend.
Eiser stelde dat hij wel alle juiste gegevens had ingebracht en dat het associatierecht met Turkije geen puntensysteem kent voor zelfstandige arbeid, hetgeen volgens hem niet juist door verweerder was beoordeeld. De rechtbank oordeelde echter dat uit de stukken niet blijkt dat eiser tijdig gronden van bezwaar heeft ingediend.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar kennelijk ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan zonder zitting en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar wordt ongegrond verklaard.