ECLI:NL:RBDHA:2022:6260
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen niet-ontvankelijkverklaring verblijfsvergunning
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van zijn aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd. Verweerder heeft dit bezwaar niet-ontvankelijk verklaard bij besluit van 8 maart 2022. Hiertegen is beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag onder zaaknummer AWB 22/2138.
Verzoeker heeft daarnaast een verzoek om voorlopige voorziening ingediend om het bestreden besluit tijdelijk te schorsen. De voorzieningenrechter heeft dit verzoek zonder zitting beoordeeld op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
De rechtbank heeft in de hoofdzaak het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening als kennelijk ongegrond afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter W. Anker en griffier A.S. Hamans op 23 juni 2022.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep in de hoofdzaak ongegrond is verklaard.